JUNIOREINSTEIN.NL

Citotoets

Op de oefenwebsite kan op een goede en verantwoorde manier geoefend worden voor de toetsen van het leerlingvolgsysteem (LVS), de Entreetoetsen en de verplichte Centrale Eindtoets van het Cito. De LVS-toetsen van het Cito toetsen hoe een kind er op dat moment voor staat en in welke vakken een kind nog extra bijgespijkerd moet worden. Met gevarieerde opgaven worden de vaardigheden per vakgebied inzichtelijk gemaakt. De LVS-toetsen kunnen twee keer per jaar worden afgenomen: aan het begin en midden van een schooljaar. Scholen kunnen er ook voor kiezen om een Entreetoets af te laten nemen. Deze zal aan het begin of aan het eind van een schooljaar kunnen worden afgenomen door de kinderen.

Aan het eind van groep 8 moeten alle kinderen in Nederland verplicht de Centrale Eindtoets afnemen. Hoewel de score van de Centrale Eindtoets niet helemaal bepalend is voor het schooladvies, voelt het wel prettig om een score te halen die recht doet aan wat de leerling daadwerkelijk in huis heeft. Let wel, als een kind de Centrale Eindtoets juist beter scoort dan het gegeven advies van de leerkracht, kan het kind wel een hoger schooladvies krijgen.
 

Specifieke vraagstelling
De vraagstelling op onze oefenwebsite is afgestemd op die van het Cito. Uit ervaring en onderzoek is gebleken dat de vraagstelling van de opgaven van de Citotoetsen enigszins afwijkt van de manier waarop kinderen veelal gewend zijn opgaven te maken. Dit kan bij kinderen zorgen voor verwarring op het moment dat zij een toets maken. Bovendien hebben veel kinderen moeite met het maken van toetsen, omdat het een bepaalde spanning met zich mee brengt. In hoeverre laten kinderen tijdens een dergelijk toetsmoment zien wat ze echt kunnen, als ze last hebben van spanning?

Onderdelen - Domeinen - Subdomeinen Citotoets Oefenen


De Onderdelen
Op de oefenwebsite kan een kind elk onderdeel voor de Citotoets per groep afzonderlijk oefenen. De twee belangrijkste onderdelen die getoets worden zijn Taal en Rekenen. Beide onderdelen bestaan uit verschillende domeinen met subdomeinen.
Vanaf groep 5 tot en met 8 kunnen toetsen voor studievaardigheden worden aangeboden. Deze toetsen bevatten opgaven over kaartlezen, tabellen en grafieken, studieteksten, schema's en opzoeken van informatie. In de Entreetoetsen en Centrale Eindtoets van groep is studievaardigheden verweven in de onderdelen van taal en rekenen.

Onderdeel Taal

Lezen
Tijdens het leesproces wordt er betekenis gegeven aan een geschreven tekst. De lezer kan dit leesproces inzetten in verschillende situaties, bijvoorbeeld om instructies op te volgen, om zichzelf te vermaken, om nieuwe informatie te verkrijgen, om studieteksten te onthouden of om informatie op te zoeken.

Begrijpend lezen
Bij Begrijpend lezen gaat het om het verwerken van informatie in een tekst. De lezer kan zich een goede voorstelling maken van een tekst. Daarbij kan de lezer relaties leggen tussen tekstdelen, maar ook relaties leggen tussen een tekst en de eigen kennis.

Zowel de LVS-toetsen, de Entreetoetsen als de Centrale Eindtoets bieden verschillende soorten teksten aan. Deze kunnen informatief (de schrijver geeft feitelijke informatie), betogend (de schrijver geeft naast feitelijke informatie ook zijn eigen mening en opvatting), instructief (de schrijver legt uit hoe je een bepaalde handeling moet verrichten) of fictief (de schrijver wil de lezer plezier laten beleven met een verzonnen verhaal) zijn.

De opgaven richten zich op verbanden tussen zinnen, relaties tussen tekstgedeelten en specifieke inhouden in een tekst, zoals de hoofdgedachte, het thema en het doel.

Interpreteren
Bij Interpreteren kan de lezer informatie uit een tekst in verband brengen met wat hij al weet. Denk hierbij aan het invullen van weggelaten woorden in een gatentekst.

Samenvatten
Bij Samenvatten gaat het om het begrijpen van de informatie in een tekst en het toepassen van die informatie. Wat zijn de hoofd- en bijzaken? De informatie van een tekst moet opgeslagen worden, om deze op een ander moment weer toe te passen. Bijvoorbeeld bij het maken van een proefwerk of een werkstuk. Een tekst kan omgezet worden in een verkorte tekst of in een schema of tabel.

De opgaven richten zich op de bruikbaarheid van een tekst, het plaatsen van een passende titel, het in- of aanvullen van een schema of het selecteren van het meest geschikte schema dat past bij een tekst.

Opzoeken
Bij het opzoeken van informatie gaat het om het opsporen van specifieke informatie in verschillende bronnen. Denk hierbij aan het opsporen van informatie uit een krant, tv-gids, reisgids, telefoongids, woordenboek of informatie op een website. De lezer zal soms heel grondig moeten lezen, maar soms ook vooral scannend. De opgaven richten zich op het kiezen van een geschikte informatiebron, het kiezen van de juiste ingang tot een informatiebron, het selecteren van trefwoorden en zoekvragen en het hanteren van specifieke informatiebronnen. Hoe zoek je in een woordenboek? Hoe zoek je op een website?

 

Onderdeel Rekenen

Getallen
Het domein Getallen richt zich op getallen, getalrelaties en het uitvoeren van de elementaire bewerkingen zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en combinaties hiervan met hele getallen, kommagetallen en breuken. Dit komt voor in opgaven met en zonder context.

Verhoudingen
Bij Verhoudingen gaat het om het inzichtelijk werken met verhoudingen, breuken, procenten en kommagetallen in opgaven met en zonder context. Ook komen de onderlinge relaties aan bod. De opgaven richten zich op het oplossen van verhoudingsproblemen, het rekenen met schaalnotaties, verhoudingen met elkaar vergelijken (wie heeft er gelijk?), het berekenen van kortingen, winst of verlies en het omzetten van verhoudingen en procenten, procenten en kommagetallen en breuken en procenten.

Meten en meetkunde
Het onderdeel Meten en meetkunde richt zich vooral op het begrip van verschillende grootheden (lengte, oppervlakte, omtrek, gewicht, inhoud, tijd, snelheid en geld). Het aflezen van meetresultaten, het omzetten van maateenheden en de opbouw van de decimale structuur van het metriek stelsel komen aan bod. De opgaven richten zich op het hanteren en aflezen van meetinstrumenten, het inschatten van grootte, het berekenen van de omtrek, oppervlakte en inhoud, rekenen met gewichtsmaten, het aflezen van tijden, het rekenen met de kalender, de samenhang tussen tijd en snelheid, het rekenen met geld, het herkennen van meetkundige figuren, het rekenen met ruimtelijke objecten, het interpreteren van plattegronden en bouwtekeningen en symmetrie herkennen.

Verbanden
Bij Verbanden gaat het voornamelijk om het omgaan met tabellen, diagrammen, grafieken, legenda’s en assenstelsels. De opgaven richten zich op het lezen en interpreteren van gegevens en het met elkaar in verband brengen van de gegevens uit verschillende informatiebronnen.