Terug

Nadenken over verhoudingen, breuken en procenten

Nadenken over verhoudingen, breuken en procenten

 
Doel van deze oefening
Kritisch denken en redeneren over relaties tussen verhoudingen, breuken en procenten (bv.: Bas speelt 5 voetbalwedstrijden en maakt daarin 60% van de doelpunten. Kun je zeggen dat hij in 3 van de 5 wedstrijden doelpunten scoort?).

Geert-Jan speelt 50 basketbal wedstrijden en scoorde inĀ 60% van de wedstrijden.

Drie kinderen zeggen hier iets anders over.

Wie heeft gelijk of ongelijk?


Gelijk Ongelijk
Rick zegt: 'Geert-Jan scoort gemiddeld in 6 van de 50 wedstrijden.'
Verena zegt: 'Geert-Jan scoort 60% van de doelpunten.'
Jenneke zegt: 'Geert-Jan scoort gemiddeld in 3 van de 5 wedstrijden.'